Carel van der Velden is vanaf afgelopen januari hoofdtrainer van VVJ. Hij heeft ervaring als profvoetballer van onder meer FC Wageningen, Vitesse en FC Den Bosch. Hij werd een kleurrijk voetbalreiziger. Als trainer loopt hij ook al heel lang mee in het amateurvoetbal. Als het aan hem ligt, blijft hij nog heel lang werkzaam als hoofdtrainer van VVJ. Wij spraken met hem.
Carel, allereerst heet ik je namens Het Utrechtsche Voetbal van harte welkom. Kun je jezelf omschrijven als trainer?
„Ik heb in elk geval mijn hart op mijn tong liggen. Ik ben iemand die heel direct is, en recht voor zijn raap is. De een kan er beter tegen dan de ander. Dat houdt wel in dat dat ik door direct te zijn en geen blad voor mijn mond te nemen, weet de spelersgroep al heel snel in de voorbereiding al, wat ik van ze verwacht, wat ze wel en niet kunnen maken. Wij zijn vierdeklasser. We hebben ambitie, en als je ambitie hebt als club en je wil prestatievoetbal gaan spelen met het eerste elftal binnen een amateurclub en ik moet erbij zeggen dat VVJ een hele mooie volksclub is, nog één van de weinige volksclubs in Utrecht, dan verwacht ik ook dat er getraind wordt, dat we fit worden én blijven, en dat we wedstrijden willen winnen. Alleen, alles heeft met elkaar te maken. Kom je niet trainen, dan speel je niet veel, waardoor ook een elftal daarmee te maken krijgt. Vooralsnog hebben we een heel mooie selectie. We zijn volop bezig met de conditie. Dus wat dat betreft gaan we een heel mooi jaar tegemoet.”
Aanvankelijk zou je dit seizoen als trainer van VVJ beginnen, maar je bent januari ingestapt, wat trof je aan?
„Een selectie die conditioneel niet fit was en jongens zonder zelfvertrouwen. Ik trof ook jongens met een mindere instelling aan door de omstandigheden die er eigenlijk al waren in de eerste vier á vijf maanden in de competitie en geen voltallige selectie. De twee trainers die er zaten hebben ongetwijfeld goed werk verricht. Alleen koos de club een andere route, waardoor ik gevraagd werd om eerder in te stappen. Ik ben twee wedstrijden wezen kijken samen met mijn assistent-trainer Marijn van Helmondt. We hebben besloten om vroegtijdig in te stappen. Alleen was er wel wat werk aan de winkel. Er stonden geen oefenwedstrijden gepland, iets waar wij per direct verandering in hebben gebracht. We hebben daarna 2 tot 3 oefenwedstrijden kunnen spelen, omdat we twee weken stillagen in de competitie. We zaten maar met 12 teams in de poule. Ja, dat was lastig. Er zaten ook een aantal jongens bij, die er maar altijd van uitgingen dat ze toch wel zouden spelen, als ze niet kwamen trainen, vanwege een kleine selectie. Ook daar heb ik verandering in gebracht, dus die jongens moesten gewoon gaan trainen. Er zijn wat jongens afgevallen omdat ze liever niet trainen of kunnen trainen. Tot het einde van vorig seizoen hebben we nog meegedraaid. We zijn veilig gebleven. Ik kwam binnen en we stonden toen een na laatste. We zijn als zevende geëindigd. We hebben van de 8 competitiewedstrijden maar 2 verloren. En dat waren ook tegen de betere ploegen die boven ons zijn geëindigd. Tot de laatste speeldag hadden we nog kans op nacompetitie. Helaas is dat niet zo ver gekomen, maar nu ziet het er heel anders uit.”
VVJ wordt regionaal gezien als een outsider voor de nacompetitie. Stuur jij je spelers met een duidelijke opdracht het veld in?
„Uiteraard, iedere speler heeft individuele kwaliteiten: een verdediger moet zich aan zijn taak houden. Een middenvelder en een aanvaller moeten dat ook. Het moet een wisselwerking worden tussen verschillende systemen. We moeten kijken welke jongens het beste met elkaar kunnen samenspelen. Ik ben niet belangrijk, de spelersgroep moet het echt zelf doen. Wij kunnen ze aanwijzingen geven, sturen en trainingen meegeven. Maar aan het einde van de rit moeten de spelers het op zaterdag doen. Waar wij als staf wel voor zorgen, en dat doen we met zijn allen: met onze leider, onze assistent, onze verzorger en onze grensrechter, wij zijn een goed team en zorgen ervoor dat wijn met de neuzen dezelfde kant op staan: wij geven de jongens allemaal dezelfde boodschap mee. Als outsider, daar kan ik mee leven. We worden ook links en rechts als favoriet gezien, samen met OSM’75. We hebben een heel goede ploeg, een heel goede selectie, maar ik heb meer met hard werken, mouwen opstropen en conditioneel fit zijn, dan dat straks ik elf goede spelers ga opstellen, die niet samen kunnen voetballen.”
Jij loopt zo lang mee in het voetbal. Wat is jouw motivatie als trainer om het maximale uit een groep te halen?
„Mijn motivatie is dat ik de jongens individueel beter kan maken. Op het moment dat ik ze individueel en conditioneel fitter kan maken, dan heeft het hele team daar wat aan. Op het moment dat heel het team fit is en we voeren allemaal onze taken uit, die wij eigenlijk meegeven aan de spelersgroep: dat is de grootste motivatie die er is. Jongens charmeren om naar de training te komen, om wedstrijden te winnen, dat ze sommige dingen moeten laten in hun vrije tijd. Ik snap dat het vierde klasse is. En we zijn amateurs, maar dat wil niet zeggen dat we ons amateuristisch op hoeven te stellen. Ik verwacht dat iedereen komt trainen, dat is de drijfveer voor iedere voetbalploeg- en club. Als je beter wil worden, wil je op het veld staan en achter je tegenstander aan kunnen rennen, moet je ervoor zorgen dat je dit bent. Wij willen ze een speelstijl meegeven waar we ons in kunnen vinden. Ik kan wel roepen dat ik een systeem wil laten spelen, maar als ik daar de spelers niet voor heb, zal ik toch naar iets anders moeten switchen, waardoor we als team beter kunnen floreren.”
VVJ is bezig aan de voorbereiding en heeft afgelopen dinsdag flink uitgehaald tegen SVM. Deze wedstrijd eindigde op bezoek in Maartensdijk met een eclatante 1-6 overwinning op SVM, hoe kwam dat?
„De spelersgroep heeft gewoon lol in de trainingen en de spelersgroep geeft ook aan dat het blij is met de trainingen, die het voorgeschoteld krijgt. Ik werk ook met jongens, die bij een andere vereniging met mij hebben samengewerkt. Die jongens zijn vanaf afgelopen januari ingestroomd, ze zijn nu één van de jongens van VVJ. Het zijn VVJ’ers. Die jongens zijn heel blij om bij de club te voetballen, en blij met de spelersgroep die er nu staat. Ze zijn superblij hoe de club het oppakt, met de ambities en met het prestatiegericht voetballen, daar horen algemene voorwaarden bij zoals kleding, ballen, kleedkamers, alles moet netjes verzorgd zijn. En dat is het ook. Het is een club met een grote groep van vrijwilligers, die heel veel tijd in de club steken. Iedere dag van de voorbereiding zijn er mensen op de club te vinden. Het gaat de club voor de wind op dit moment. Als club zijnde hebben we een mindere tijd meegemaakt. Maar de vlag staat weer hoog stok, we willen meedoen, dat is onze grote uitdaging en we moeten ervoor zorgen dat we in het begin van de competitie er gewoon staan. En alle oefenwedstrijden, afgelopen dinsdag ook, géén disrespect naar SVM, want die hadden op papier en op het veld een heel leuke, jonge ploeg staan, met wat spelers die daar wat langer in het eerste elftal voetballen. Ze spelen leuk, serieus en goed voetbal. Wij hebben laten zijn waarvoor wij naar Maartensdijk gingen. En dat is een leuke wedstrijd spelen, conditioneel fit worden, alle 18 spelers én beide keepers laten spelen, en dan vertrek je als de neuzen dezelfde kant op staan, met een mooi resultaat naar huis.”
Tot slot, Het Utrechtsche Voetbal is een nieuw platform voor het amateurvoetbal in Utrecht en omgeving. Denk jij dat het goed is dat wij aandacht besteden aan 53 regioclubs?
„Ik vind het sowieso goed dat er vanuit Utrecht voor de amateurclubs die ook wat lager spelen, aandacht is. Ik denk dat dat jaren niet is gebeurd. We hebben Voetbal Midden Nederland. Die doet ook al geweldig werk. Jullie doen geweldig werk. Jullie komen regelmatig op social media voorbij. Het ziet er goed uit. Dus aandacht voor alle clubs uit Utrecht en omgeving, daar is gewoon baat bij. Daar wordt heel veel naar gekeken en gelezen. Daar zijn wij heel blij mee.”
Tekst: Sherwin Dielbandhoesing
Foto: met dank aan Carel van der Velden





