Column (6). Door de ogen van de scheidsrechter

·

Foto: Jos Spitteler

Door: Robin Punt

Waarom hoofdblessures serieus zijn – en misbruik ervan niet

Op de velden maak je wat mee, maar soms denk ik écht: dit kan toch niet de bedoeling zijn? In het betaalde voetbal én bij ons amateurs is het simpel: bij een hoofdblessure meteen affluiten. Helemaal terecht. Het hoofd is heilig. Maar ja… dan moet er natuurlijk wél een hoofd in het spel zijn.

De laatste tijd zie ik echter iets nieuws ontstaan. Een trend die me eerder hoofdpijn bezorgt dan dat-ie hoofden beschermt. Spelers die bij het minste of geringste contact – op de borst, schouder, sleutelbeen, navel desnoods – ineens dramatisch twee handen tegen hun hoofd plakken. Niet omdat er iets is, maar omdat er iets kán gebeuren: namelijk dat ik móét fluiten. En dat de aanval van de tegenstander zo mooi de prullenbak in gaat. Je ziet het gebeuren, je staat erbij, je kijkt ernaar en je voelt je eigenlijk een beetje gebruikt. Want als je als scheidsrechter zéker weet dat er geen klap tegen dat hoofd is geweest, dan moet je door laten gaan. Punt. Maar probeer dat maar eens uit te leggen aan de ploeg die verdedigend onder druk staat.

Vorige week nog, bij Alphense Boys tegen Forum Sport. Alphense Boys had net de eerste periode gepakt en stond nog een beetje te wiebelen op hun roze wolk. Forum Sport daarentegen… tja, die stond gewoon met beide benen op de grond én in het duel. Scherper, feller, elke tweede bal voor hen. Alles wat de thuisploeg deed, was nét niet, en alles wat Forum deed, was precies wel. Na twintig minuten tikkertje-taktisch aftasten werd het spelbeeld duidelijk: Forum Sport nam het heft in handen. En precies in die fase komt er zo’n veelbelovende aanval van Forum. Ik sta erbij, heb er perfect zicht op, zie een speler geraakt worden… hooguit op z’n schouder. Maar meneer grijpt met beide handen naar z’n hoofd alsof hij zojuist een dakpan op z’n kruin heeft gekregen. We laten doorgaan. Mijn assistent knikt: niks hoofd. En terwijl spelers roepen: “Scheids, hoofd! HOOFD!!”, valt aan de andere kant gewoon de 2-0. Ja, dan krijg je natuurlijk het klassieke koor: “Scheids, pijn aan z’n hoofd! Pijn aan z’n hoofd!” Maar ja… er wás niets met het hoofd. Geen pijntje, laat staan een blessure.

En dan nog iets wat me de laatste weken steeds vaker opvalt: de professionele onderbreking. Een keeper die even moet gaan zitten, niet omdat hij iets heeft, maar omdat de trainer graag een mini-time-out wil. “Keeper, even zitten joh, doe net alsof.” Dan kan hij mooi de pionnetjes herschikken, de vleugels opnieuw afstellen en drie tactische hints fluisteren.Ik zie dat en denk: kom op jongens, dit is geen Champions League, dit is zaterdagmiddag op amateurniveau. Het voelt onnatuurlijk, het is oneerlijk en bovenal: het hoort niet bij het voetbal dat we met elkaar leuk willen houden. Het amateurvoetbal is prachtig, maar soms dreigt het betaald-voetbaltheater iets te hard door te sijpelen. Theatervoorstellingen bij hoofdblessures, strategisch neerzitten alsof je keeper een marionet is… Het spel gaat er niet beter van worden. Hoofdblessures zijn serieuze zaken. Maar een beetje gezond verstand mag best blijven bestaan.

Voor mij begint nu reeds de winterstop; de drukte met de feestdagen brengt een andere vorm van fysieke inspanning met zich mee…Voor een mooie klok of lamp kan je bij mij terecht in deze cadeau maanden. Ik wens iedereen alvast fijne feestdagen en een gezond 2026!

Robin Punt schrijft regelmatig een column voor Het Utrechtsche Voetbal. Punt fluit al ruim 20 jaar wedstrijden in het amateurvoetbal. Voor het eerste seizoen een landelijk veelgelezen Column op het Utrechtsche Voetbal: ‘door de ogen van de scheids’, wat hij meemaakt, voor, tijdens of na wedstrijden of gewoon zomaar wat hem bezighoudt. Punt is naast scheidsrechter ook begeleider/ coach ontwikkeltraject-scheidsrechter én Vriend van het Utrechtsche Voetbal met zijn bedrijf Intertime Klokken.