Ambitie. Een woord dat in het voetbal – ook bij amateurs – te pas en te onpas wordt gebruikt. Heb jij ooit een trainer of speler horen zeggen dat hij níet ambitieus is? Ik in ieder geval niet.
Steevast klinkt het: “Ik ben enthousiast geworden door het verhaal en de ambities van de trainer.”
“De ambities van de club spreken me aan.”
Mooi allemaal, maar de vraag is: kan zo’n club die ambities ook waarmaken? Of blijft het bij een loze kreet? Steeds vaker merk ik dat het behalen van échte sportieve ambities alleen mogelijk is als er in de hoogste selectieteams wordt doorgeselecteerd. Dat vraagt offers, maar is essentieel om niet alleen ambities uit te spreken, maar ze ook daadwerkelijk waar te maken.
Daarvoor heb je binnen een club de juiste mensen nodig, met de kennis, ervaring en het netwerk om verder te bouwen. Zij moeten blijvende trainers motiveren of de juiste trainers aanstellen én, waar nodig, nieuwe spelers van buitenaf aantrekken als de huidige selectie bepaalde kwaliteiten mist. Niet halen om het halen, maar gericht versterkingen overtuigen die bijdragen aan het verwezenlijken van de gestelde doelstellingen en ambities.”
Spelers en trainers zouden zich daarom veel vaker moeten afvragen: past deze club, vertegenwoordigd door het bestuur, eigenlijk wel bij mijn eigen ambities als bovenstaande niet het geval is?
Visie, beleid en ontwikkeling
Gelukkig zijn er in onze regio veel clubs die het op het technisch vlak uitstekend voor elkaar hebben – zowel in de jeugdopleiding als bij de hoogste seniorenselecties. Presteren gaat daar hand in hand met een goede sfeer en plezier.
Bij veel anderen clubs ontbreekt het helaas aan visie. Het typeert de vrijblijvendheid die bij sommige clubs heerst. Gevolg: er is geen (jeugd)beleid. Trainers, jeugdspelers en ouders raken gefrustreerd omdat iedereen maar wat doet – ook op selectieniveau. Daardoor ontstaan er vanzelf eilandjes binnen de vereniging. Daarom ben je op de voetbalclubs afhankelijk van mensen met een voetbalachtergrond.
Vorig seizoen maakte ik het zelf mee: een O23-trainer die tot de winterstop géén spelers hoefde af te staan – iets wat ik niet eens wist toen ik mijn contract tekende. En als er ook nog geen tweede seniorenselectie is, verdwijnen de ambities van een hoofdtrainer al snel in de prullenbak. Want vaak krijg je tijdens het seizoen namelijk te maken met tekorten in je selectie. Op de club ga je elkaar normaal gesproken helpen – ook als je de situatie omdraait. Dat moet wel gedragen worden door het Bestuur. Als een bestuur echter het eerste elftal niet als vlaggenschip ziet, dan is het – in mijn ogen – geen echte voetbalvereniging, maar gewoon een buurtvereniging. Daar is niets mis mee, maar als trainer of speler moet je je afvragen of die vrijblijvendheid bij jou past.
Topamateurclubs versus de rest
Natuurlijk draait een vereniging niet alleen om het eerste elftal. Kun of wil je geen selectievoetbal spelen, dan is er niets mis mee om lekker recreatief te voetballen met vrienden.
Maar ben je lid van een grote regionale amateurclub – denk aan Spakenburg, IJsselmeervogels, DOVO of GVVV – dan weet je: bijna alle aandacht gaat naar het eerste elftal. Dat wordt daar ook gewoon geaccepteerd en zelfs omarmd.
Bij deze clubs is het eerste team altijd het vlaggenschip geweest, en dat zal nooit veranderen. Persoonlijk vind ik dat wel mooi: bestuursleden en TC-leden spreken de juiste voetbaltaal en zijn écht ambitieus. Het gaat pas rommelen als de resultaten tegenvallen, maar niet als iemand vindt dat spelers uit de A-selectie ook contributie moeten betalen. Daar wordt je dan gewoon uitgelachen.
Maar goed, dit zijn topamateurclubs met een rijke historie. Niet iedere vereniging kan daaraan tippen – niet qua technisch beleid, en vaak ook niet qua financiële slagkracht.
Ambitie vraagt om keuzes
Wil je als club écht ambitieus zijn, dan moet je:
- Een helder technisch beleid per leeftijdslichting hebben.
- Een cultuur creëren waarin plezier en prestatie samen gaan.
- Selecties laten bepalen door de TC in samenwerking met de trainers, niet door ouders maar ook niet door o.a. leden van een Jeugdbestuur.
Voor TC-leden is het elk jaar een uitdaging om eerlijke selecties te maken. Zo bied je talenten aan de hand van goede trainers de kans om zich te ontwikkelen om misschien ooit de stap naar het eerste elftal te maken. Dat zou eigenlijk de doelstelling moeten zijn van elke voetbalvereniging.
Dat betekent ook:
- Accepteren dat toptalenten soms vroeg vertrekken.
- Spelers van buitenaf halen als de kwaliteit van het eerste elftal tekortschiet.
Niet als bedreiging, maar als versterking en leermeesters voor je eigen jeugd. Zeker als die spelers van buitenaf op hoger niveau hebben gespeeld.
Ik maakte het zelf mee: ik kreeg de kans om te werken met oud-prof Gianluca Nijholt en goalgetter Gökhan Yasar en pure “winnaar” Marc van Rees. Spelers die goud waard waren geweest als ze hun ervaring hadden gedeeld met de jeugd. Maar leg dat maar eens uit aan clubmensen die hun plekje van hun eigen zoon, kleinzoon of van een clubspeler in gevaar zien komen door spelers van buitenaf. Helaas werd dat potentieel van o.a. deze drie spelers niet benut.
Geen woorden maar daden
“In het amateurvoetbal wordt ambitie vaak uitgesproken, maar zelden uitgevoerd. Gelukkig heb ik het ook anders meegemaakt, onder andere bij VV De Meern, met Wim Stolwijk en Frans van Seumeren als perfecte voorzitters van de club.
De vraag is dus niet of een club ambitie hééft, maar of ze het durft te bewijzen op het veld.” Maar zonder fundament – visie, doorstroom, beleid en durf – blijft het niet meer dan een mooi woord in de bestuurskamer.
Rob Zomer
Geboren: 08-10-1960
UEFA A – KNVB Diploma
Vorige clubs: HVC, Sporting ’70, Vreeswijk, Zwaluwen Utrecht 1911, SV Nieuwkoop, VV De Meern (za en zo), VVZ’49, Jonathan en VV Maarssen.
Nieuwe seizoen: nog geen club.
In totaal 10 promoties, waarvan 2 via de nacompetitie en 8 kampioenschappen.





