Deze volgende quote over “de ideale trainer” heb ik ooit ergens gelezen en is me altijd bijgebleven.
“De ideale trainer beschikt over het geduld van Job, de wijsheid van Salomon, de huid van een olifant en de slimheid van een vos. Want is hij grappig, dan is hij te amicaal; is hij serieus, dan is hij een zuurpruim. Is hij jong, dan ontbreekt ervaring; is hij ouder, dan is hij ouderwets. Praat hij veel, dan luistert hij slecht; praat hij weinig, dan toont hij geen belangstelling. Handhaaft hij regels, dan is hij te streng”. Kortom: de volmaakte trainer bestaat vrijwel niet.
Maar wat maakt nu dat de ene trainer succesvoller is dan de andere? Is dat uitsluitend de kwaliteit van de spelers? Die spits die er dertig maakt, of die keeper die alles tegenhoudt?
Als trainer wil je een wedstrijd zo goed mogelijk voorbereiden. Je kunt echter voorbereiden wat je wilt, een uitgebreide analyse ontvangen van de technische staf, videobeelden bestuderen en de week voorafgaand aan de wedstrijd scherp trainen, maar alles is vergeefs wanneer spelers geen verantwoordelijkheid nemen in het voorkomen van tegendoelpunten. Denk aan niet mee terug verdedigen, geen schoten op doel blokkeren, kopduels vermijden bij een tegen corner of 1-tegen-1-duels halfslachtig aangaan.
Maar haal je het maximale uit een spelersgroep?
Dat begint bij het bepalen van een speelwijze: een strijdplan dat het hoogste rendement kan opleveren. Deze speelwijze ontwikkel je gedurende het seizoen verder, waarbij je de individuele kwaliteiten van spelers optimaal benut. Want de kunst is spelers op de juiste positie, in de juiste formatie, te laten functioneren — en dat op een manier waarbij zij zich prettig voelen. Overlaad spelers ook niet met opdrachten. Laat hen vooral doen waar ze goed in zijn.
Dring ook niet geforceerd je eigen visie op wanneer deze niet past bij de samenstelling van de spelersgroep. Een speelwijze moet aansluiten bij de mensen die haar uitvoeren. Zo ontstaat een speelwijze waarmee je de grootste kans hebt om wedstrijden te winnen. Word je daarbij geholpen door een beetje geluk, weinig blessures en schorsingen en gezonde onderlinge concurrentie, dan kun je ver komen.
Maar mocht zo’n speelwijze niet succesvol zijn, door o.a. blessures van een aantal hoofdrolspelers moet je echter ook kunnen schakelen.
Als trainer kun je een extra factor zijn wanneer je in staat bent deze zaken helder over te brengen. Streng, eerlijk en rechtvaardig zijn, jezelf kwetsbaar durven opstellen waar nodig, beschikken over voldoende voetbalinzicht, inhoudelijk sterke trainingen verzorgen en besprekingen kort en bondig houden. Dat zijn kwaliteiten die niet volledig op een trainerscursus te leren zijn. Trainer zijn is simpelweg een vak.
Uitstraling en denkwijze zijn onmisbaar. En wanneer een trainer zijn enthousiasme weet over te brengen op de spelersgroep, kan hij veel bereiken. Toch blijft één waarheid overeind: hoe goed de voorbereiding en hoe doordacht de tactiek ook is, de meeste wedstrijden worden gewonnen door spelerskwaliteit en de wil om te winnen.
Tactiek is daarbij een houvast, geen doel op zich. Het is een startpunt dat al na vijf minuten kan wijzigen. Spelers moeten leren anticiperen, een wedstrijd kunnen lezen en herkennen waar kansen en bedreigingen liggen, om zo het duel naar hun hand te zetten. Voorbeeld: je komt met 0-1 achter te staan met nog 10 minuten te spelen. De vooraf gekozen tactiek is nu niet meer belangrijk, de wedstrijd vraagt namelijk om een ander inzicht.
Niet te vergeten: presteren en plezier kunnen uitstekend samengaan, of je nu werkt bij een BVO of een amateurclub. Een goede sfeer binnen het team is cruciaal. Wanneer spelers ook buiten het voetbal plezier met elkaar hebben, elkaar beter leren kennen en waarderen, ontstaat bereidheid om meer voor elkaar te doen.
Er wordt harder en beter gewerkt wanneer vertrouwen groeit, spelers zich veilig voelen en beter in hun vel zitten — wat uiteindelijk leidt tot betere prestaties.
Deze relatie bouw je niet alleen op met spelers, maar kun je ook opbouwen met de staf, de club, supporters en vrijwilligers (aanrader).
Het voetbal staat bovendien niet stil en ontwikkelt zich razendsnel. Veel innovaties kun je als trainer in je voordeel gebruiken. Denk aan het analyseren van videobeelden, individueel, per linie of met het hele team. Ook specifieke voetbal conditionele trainingsvormen dragen bij aan fittere spelers en betere wedstrijdbeheersing.
Maar we kunnen ook doorslaan. De KNVB verplicht je als trainer om cursussen (niet gratis) te volgen om voldoende licentie punten per periode te halen omdat je anders je trainerslicentie kan kwijtraken. Voorbeelden van de laatste opties zijn: de cursus “impliciet tactisch trainen”, of “periodiseren op microniveau”, of “stress regulatie en coaching”, of “herkennen, achterhalen van diepe motivationele drijfveren” etc. Ja zeker, deze cursussen bestaan echt.
Wat dat betreft wil ik nog even een “wijsheid” van de allerbeste Nederlandse voetballer ooit, nog even aanhalen: “Voetbal is simpel, maar het moeilijkste wat er is, is simpel voetballen”.
Train en coach vanuit je eigen overtuiging, kennis en persoonlijkheid. Ga geen speelwijze of trainingsvormen kopiëren van bekende BVO-trainers. Wat op topniveau werkt, is vaak te complex voor amateur- of jeugdteams. Kies daarom voor een aanpak die past bij jouw spelers, hun leeftijd en hun niveau. Eenvoud, duidelijkheid en herkenbaarheid leveren uiteindelijk meer rendement op dan ingewikkelde systemen.
Tijden veranderen, vroeger moesten spelers gewoon luisteren. Maar spelers zijn in de loop der jaren wijzer geworden, geven hun eigen mening en verwachten veel van een trainer. De wat oudere trainers moeten zich realiseren dat er een andere manier van samenwerken is ontstaan. Een kleine aanpassing naar een iets ander leiderschap kan dan in je voordeel werken.
Maar een “moderne” trainer betekent niet dat je daarmee een betere trainer bent. Ze zeggen niet voor niets dat trainen een ervaringsvak is. Robin van Persie kan daar inmiddels over mee praten.
Zoek daarom de balans tussen luisteren naar meningen van je spelers en blijf zelf duidelijk met wat je wil. Neem jonge spelers serieus en laat ze meedenken over bepaalde situaties. Communiceren met je spelers is sowieso een toverwoord en dus een aanbeveling en niet alleen met je staf en je spelers maar ook met het Bestuur en de TC en zelfs met de supporters. Vergeet niet dat een amateurclub niet alleen bestaat uit de spelers van het 1e team.
Als er zaken spelen waar je je aan ergert gooi dat dan op tafel bij het Bestuur, laat het niet etteren. Afijn, genoeg over wat nu de ideale trainer kan zijn. Ik zal best wel een aantal andere relevante zaken vergeten zijn, maar hoe je ook dingen aanpakt, de ideale trainer bestaat niet.
Voor alle lezers van Het Utrechtsche Voetbal alvast een geweldig sportief maar vooral gezond 2026.
Rob Zomer





