Raymond Graanoogst is vanaf 2018 trainer van Desto. Raymond was speler bij onder meer FC Utrecht en Haarlem. Mede dankzij een belangrijk doelpunt van hem tegen FC Twente (1-2 winst) wist Utrecht zich in 1996 te handhaven in de Eredivisie. Hij is het neefje van Mr FC Utrecht, Leo van Veen. Raymond loopt ook al heel lang mee in het Utrechtse amateurvoetbal. Het Utrechsche Voetbal sprak met de trainer van derdeklasser Desto, in de aanloop naar het seizoen 2025-26.
Raymond, allereerst van harte welkom namens de redactie van Het Utrechtsche Voetbal! Je hebt loopt heel lang mee in het voetbal, en kan nu al terugkijken op een rijk verleden als speler en trainer. In z’n algemeenheid is sport een deel van je leven. Waarom is sporten zo belangrijk?
„Door drie tot vier keer in de week te padellen, probeer ik fit te blijven. Het is voor mij een manier om mijn hoofd zo leeg mogelijk te maken, na doordeweeks hard gewerkt te hebben. Voetbal is voor mij vanaf mijn vierde levensjaar, dus al 46 jaar, sport nummer 1. En padel is voor mij een goed alternatief voor actief voetballen. Of we nou winnen of verliezen, voor mij is voetbal het toeleven naar iets: het willen winnen met elkaar en als we verliezen, gaan we weer hard trainen om de week erna een positief resultaat te halen.”
Je bent een winnaar. Eis je van spelers dat ze er alles aan doen om te winnen?
„Ik doe er alles aan om te winnen, door het randje op te zoeken. Ik ben een winnaar en sommige spelers kunnen op dat vlak iets verbeteren door er alles aan te doen om beter te worden, wedstrijden te winnen en dat ze er doodziek van zijn, als we een wedstrijd verliezen. Die mentaliteit mis ik soms wel. Ik vraag het wel eens aan de jongens of ze er alles aan hebben gedaan om de wedstrijd te winnen. Dat doet niet iedereen, heb ik het idee. Het heeft ook met het niveau waarop we spelen te maken. Er komen zoveel andere dingen bij kijken, zoals het stappen op vrijdagavond en de gedachte hebben dat het wel goedkomt met de ploeg. In de wedstrijd gebeurt het wel eens dat de laatste beslissende bal niet maximaal wordt verdedigd, om een pass eruit te halen. Elke hoekschop is bijvoorbeeld een kans om te scoren, maar dan moet je wel de overtuiging hebben dit te doen, anders wordt het een geluksfactor.”
Op basis van het aantal ingeschreven teams in de verschillende competities is Desto de op een na grootste vereniging van Utrecht en omgeving. Het eerste van Desto is een stabiele derdeklasser. Wat zijn jouw ambities met het eerste van Desto?
„Mijn ambitie met Desto is dat we op een herkenbare manier zo goed mogelijk voetballen. En dat is dat we het maximale uit de groep halen. Ik vind het ook belangrijk dat we herkenbaar voetbal spelen en dat we jongens vanuit de jeugd laten doorstromen. Als je het bijvoorbeeld vergelijkt met de jeugdopleidingen van PVCV, Hercules en De Meern dan zijn wij een beetje achtergebleven qua jeugdvoetbal, maar je merkt wel de laatste tijd dat veel meer jongens van Desto het eerste elftal halen. De jeugdopleiding van Desto zit nu in de lift. Er spelen verschillende teams op divisieniveau, en daar plukken wij nu de vruchten van. De laatste twee jaar zijn er zeven jongens vanuit de jeugd aangesloten bij het eerste. Toen ik 7 jaar geleden trainer werd van Desto, hadden we niet eens een normaal tweede elftal. Alles wat in het tweede voetbalt komt vanuit de jeugd. Er hebben verleden jaar drie jongens, vanuit de 019 hun debuut gemaakt, die dit jaar aansluiten bij het eerste elftal en twee jongens van het tweede sluiten weer aan bij het eerste. 75 procent komt vanuit de eigen jeugd. Dat vind ik leuk en dat is hartstikke uniek. Dat vind ik het mooie aan Desto. Het is een warme en gezellige club, waar ik met mijn assistent-trainers, heel veel plezier beleef. En ik hoop dat we dit ook kunnen voortzetten. Bepaalde ploegen in de regio die op een hoger niveau willen spelen komen op dat niveau door spelers te betalen. Ik vind dat je op ons niveau in het amateurvoetbal niet moet betalen, want uiteindelijk val je gewoon veel harder. Kijk maar naar Maarssen het afgelopen jaar. DHSC, dat onderuit is gegaan. Dat is kortetermijnvisie. Ik vind daar wel iets van. Maar anders wijk ik nu te veel af van je vraag.”
Ben jij ook een trainer van de details?
„Dat is op dit niveau heel moeilijk. Ik heb als trainer te maken met spelers die op school zitten, een gezin hebben. Ik kan wel zeggen dat je acht keer in de maand verplicht moet trainen, maar ik denk niet dat het realistisch is. Dat kan je niet verlangen van de spelers. Maar ik probeer wel het maximale eruit te halen. Je maakt bepaalde afspraken met elkaar, want we doen het samen. Maar, hoe hoger we gaan spelen, hoe meer details het verschil gaan maken.”
Tot slot, Het Utrechtsche Voetbal is het platform voor de Utrechtse voetbalregio, ben jij daar blij mee?
„Ik vind het sowieso goed dat er aandacht wordt besteed aan het amateurvoetbal. Voetbal is de grootste sport van Nederland. Heel veel mensen voetballen voor hun plezier en hoe breder het platform is, hoe groter het animo wordt.”
De belangrijkste data van de voorbereiding van Desto op seizoen 2025/2026:
Zaterdag 2 augustus: start voorbereiding/eerste training
Zaterdag 9 augustus om 13.00 uur: CDW-Desto
Zaterdag 16 augustus vanaf 13.00 uur: deelname aan het UVV-toernooi
Zaterdag 23 augustus om 14.30 uur: Desto-Theole
Dinsdag 26 augustus om 20.00 uur: Abcoude – Desto
Zaterdag 30 augustus: eerste wedstrijd van Desto voor de KNVB-beker (tegenstander n.n.b.)
Zaterdag 6 september: tweede wedstrijd van Desto voor de KNVB-beker (tegenstander n.n.b.)
Zaterdag 13 september: derde wedstrijd van Desto voor de KNVB-beker (tegenstander n.n.b.)
Zaterdag 20 september: eerste speelronde in de Derde Klasse D (tegenstander n.n.b.)
Dinsdag 23 september om 20.15 uur: Zeist – Desto
Mutaties in de selectie bij Desto:
Nieuwkomers:
Mitchel de Vaal (Houten)
Dion Linger (OSM’75)
Jaymen Graanoogst (tweede elftal)
Floris Nieuwhof (tweede elftal)
Thomas van Zoelen (O19)
Jilles Koldijk (O19)
Jasper van den Brink (O19)
Vertrekkers:
Sam Romijn (stopt)
Bram Klein Obbink (stopt)
Jaro van Ravestijn (studie VS)
Tekst: Sherwin Dielbandhoesing
Foto: met dank aan Raymond Graanoogst





