Even bellen met… Pieter Verweij (trainer VV Schalkwijk)

Pieter Verweij is aan zijn tweede seizoen bezig als hoofdtrainer van ‘zijn’ VV Schalkwijk. Sinds mensenheugenis hoort hij al bij de club. De kampioen van de vijfde klasse doet weer mee in de vierde klasse. Zichtbaarheid vindt hij ook belangrijk. Het Utrechtschse Voetbal sprak met de gedreven trainer.

Pieter, namens Het Utrechtsche Voetbal heet ik jou van harte welkom. Bij dezen willen we je ook meteen feliciteren met de titel in de vijfde klasse in het afgelopen seizoen. Had je hiervan durven dromen?

„Ik had daar zeker van durven dromen, omdat wij bekend waren met de groep. Wij komen vanuit het tweede en waren al betrokken bij de selectie en het eerste elftal. Net daarvoor ben ik gestopt als speler. Ik ben nauw verbonden geweest rondom deze groep en club. Dus ik had er zeker van gedroomd om in die vijfde klasse succesvol te zijn. Wij hadden ons als doel gesteld, in onze aanstelling om het binnen drie jaar te doen. Maar ook niet durven dromen dat het in jaar één zo goed zou lopen maar halverwege het seizoen hadden we door dat we echt serieus kans maakten. We hebben toen gezegd dat we door moesten pakken en dat is gelukt.”

Sinds vorig seizoen ben je hoofdtrainer van de eerste selectie van Schalkwijk. De club telt ongeveer vierhonderd leden. Werk jij ook nauw samen met de jeugdopleiding, met als doel de meest talentvolle spelers door te laten stromen naar het eerste elftal van Schalkwijk?

„Jazeker! Wij moeten het hebben van de jongens uit het dorp. Wij hebben inmiddels 400+ leden. We zijn iets meer gegroeid, met name door de meidentak die echt succesvol draait. Wij zijn als cluppie op onszelf aangewezen. En moeten putten uit doorkomende jeugd. En daar zijn we nu zeker een jaar of vijf mee bezig om de oudste jeugd te enthousiasmeren en mee te nemen in de selectie. Wij organiseren op maandagavond een trainingsavond met selectiespelers en ook wat stafleden, die ook de drie oudste jeugdteams trainen. We hebben een O23-competitie in de regio zelf georganiseerd, waarbij we ons verplicht hebben gesteld dat we spelers uit de jeugd meenemen. Op die manier zijn we bezig om de jeugd klaar te stomen, met als doel om goed aan te sluiten. Daar speel ik zelf ook een rol in. Voorheen was ik bestuurslid Technische Zaken. Als trainer van het tweede en nu als trainer van het eerste elftal ben ik daar constant mee bezig met de Technische Commissie. Dat is een onderdeel met een paar mannen erbij van de club. Het is onze voedingsader en daar teren wij helemaal op. Het is een groep talentvolle jongens vanuit onze club.”

Hoe ver reiken de ambities van Schalkwijk in de vierde klasse?

Haha, een stabiele vierdeklasser zijn! Wij willen voor elkaar gaan krijgen dat dit ons minimumniveau wordt. Wij wisten vooraf dat wij een jonge talentvolle groep hebben, waarmee we nog jaren kunnen doorgroeien. We wilden in drie jaar uit de vijfde klasse komen en stabiel in de vierde klasse draaien, dus niet onderin alleen maar voor handhaving, maar echt de middenmoot in. En in een incidenteel jaar ergens om mee te draaien. Dat is het doel. Niet meteen in jaar 1. We moeten aanpassen en ons gaan meten met de teams. Wij hebben wel als doel om in de vierde klasse te blijven en ook daarin het tweede aan te sluiten. Het tweede zit ook in de vierde klasse en dat heeft ook de ambitie om structureel het niveau van Schalkwijk een stapje verder te brengen. Dat is de ambitie!”

Kijk de al reikhalzend uit naar de derby tegen ’t Goy?

„Haha, dat is ook mooi, want daar worden we meteen aan gelinkt. Derby’s zijn de mooiste wedstrijden. Ik heb ze ook mogen spelen. Ik heb in ’t Goy mogen scoren. Ik weet hoe leuk en enorm dat is. En dat de supporters, voor zowel ’t Goy als Schalkwijk, voor die aantallen doe je het voor. Ik kijk er enorm naar uit. Misschien klinkt het een beetje anders als trainer, maar ik moet zeggen dat ik ook uitkijk naar de eerste wedstrijd in de vierde klasse. Ik ben nu nog helemaal niet bezig met de wedstrijd tegen ’t Goy, maar gaat het komen, en we weten dat hij er over twee weken is bij wijze van spreken, dan geloof ik wel dat het gaat kriebelen bij iedereen. Dat weet ik wel zeker. Superwedstrijd om in de poule te hebben, maar zo zie ik ook andere wedstrijden om ons heen bijvoorbeeld tegen CDW en Bunnik. Ook naar Culemborg is voor ons als club en als mensen in Schalkwijk erg leuk om te komen bij die grotere clubs. Het is niet alleen ’t Goy, maar zeker wordt dat een mooie wedstrijd.”

Tot slot, Het Utrechtsche Voetbal is een nieuw platform voor het amateurvoetbal uit de Utrechtse voetbalregio. Waarom is zichtbaarheid zo belangrijk voor alle regioclubs?

„Nou, ik kan je vertellen dat we vorig jaar begonnen zijn met een aantal doelstellingen. Wij hebben volop technische voetbal voorop staan, maar als tweede doelstelling hebben wij absoluut uitstraling, merchandising en exposure rond het eerste elftal. Dat is cruciaal om mensen naar je toe te halen, naar de velden als support. Die aandacht creëert gewoon dat je een sfeer rondom je club kan creëren, als je daar tijd en energie in steekt om ervoor te zorgen dat jongens daarbij willen horen. Ik heb dat als uitgangspositie dat het belangrijk is, zodat de jongens in de jeugd zien bij de eerste elftallen, wat voor aandacht én wat voor support dat genereert langs die velden. Daar wil ik ook naartoe. Het is cruciaal voor mij in mijn verhaal om iets neer te zetten met de doelstelling dat we beter worden, omhoog willen en de vlag vormen. Er tijd en energie in steken. Het helpt enorm mee. Jullie ook, om het regiovoetbal in beeld te brengen en op de kaart te zetten. Nogmaals, jeugdspelers kijken ook mee met de gedachte dat het gaaf is, daar gaan ze ook voor trainen en gaan ze ook hun best voor doen. Dat is mijn filosofie daarachter. Begrijp me goed, de eerste focus is voetbal, maar tegenwoordig kijken die jongens op Instagram en de overige sociale media. Ze volgen ook alles van de profclubs, en als er ook aandacht te zien is voor de regioclubs, je eigen club en je eigen mensen, dan stimuleert dat alleen maar en dat spreekt de club enorm aan. Als we daarin tijd steken, gaat dat een superbijdrage leveren. Al zou ik vijf tot tien procent bijdragen langs de lijn om te winnen, dan pak ik hem graag. Want dat is toch weer iets extra’s en zo zien wij dat bij Schalkwijk ook.”

Tekst: Sherwin Dielbandhoesing

Foto: met dank aan Pieter Verweij