De droom die begon in Driebergen, bij FC Driebergen
Een jongen met een droom, een bal en een wereld die soms groter lijkt dan het veld zelf. Milan wil (prof)voetballer worden — maar de weg naar de (jeugd)top is niet altijd maar jeugdig voetbalplezier. Ook mentaal is het al ’topsport’. Zelfs op heel jonge leeftijd.
Toen Milan de Jong pas elf jaar oud was, kwam de uitnodiging waar veel jonge voetballers van dromen: SV Spakenburg zag zijn talent en vroeg hem om mee te doen en bij hun club aan te sluiten.
Milan, woonachtig in Driebergen, speelde als 10- en 11-jarige in Almere selectievoetbal op een heel veld in de Hoofdklasse — voetballen is niet meer weg te denken uit zijn jonge leventje. Op het veldje van FC Driebergen in zijn woonplaats leerde hij wat hard werken betekent en dat talent pas waarde krijgt als je het blijft voeden.
In het verleden dwong de jonge voetballer stages af bij Vitesse, NEC, FC Dordrecht en FC Bocholt. Milan ging een half jaar bij Spakenburg voetballen met de blik op het komende seizoen. Hij speelde op verzoek met drie teams mee, omdat de bestaande teams eigenlijk vol zaten. Spakenburg wilde hem heel graag vroeg in het seizoen binden en vond zo een passende oplossing.
Hij werd een soort vliegende keep: hij deed mee waar hij nodig was. Succes was er ook, in alle teams bleek hij een absolute meerwaarde. Het Hoofd Opleiding van SV Spakenburg zag dit met genoegen aan. Hij was ook degene die in Milan een speler met potentie zag.
Milan: “Ze zeiden tegen mij: ‘Als je zo blijft voetballen, dan komt het allemaal goed,’” vertelt hij trots. En dus deed hij wat hij het liefst doet: zijn voeten laten spreken. Geen grote woorden, geen bravoure — gewoon spelen, rennen, scoren.
De hobbelige weg omhoog
Maar de weg naar nog beter, leuker en succes is zelden recht. Milan werd dus tijdens de winterstop overgeheveld van Almere naar SV Spakenburg, waar hij zich mocht bewijzen bij de topamateurs. Toch liep het anders dan verwacht. De toezegging aan Milan voor een plek in de O13-1 in het nieuwe seizoen kwam niet uit.
“Ze hadden letterlijk gezegd: ‘Talentvolle jongen, hij hoort bij een mooie club.’ Maar uiteindelijk kozen ze voor andere spelers,” vertelt zijn vader. Geen uitleg, geen gesprek — alleen stilte. Milan moest in de warme zomer via de nogal onpersoonlijke wedstrijdzaken-app lezen dat hij niet in het verwachte O13-1-team terechtkwam dat ging spelen tegen BVO’s in de Landelijke tweede divisie.
In de maanden daarvoor had niemand hem verteld dat ze hem misschien niet goed genoeg vonden — integendeel. Later hoorde Milan dat ze liever voor jongens uit het eigen dorp kozen. Milan en zijn ouders waren teleurgesteld in de manier waarop het ging: “Het is hun goed recht, maar dat hadden we dan wel eerder willen weten, en niet pas eind juli. Wat er precies is gebeurd en besproken, weten we niet.”
Milan liep rond met een enorme teleurstelling. Hij had ook nog opties om ergens anders te spelen, maar de overschrijving bij de KNVB sloot op 15 juni. “Ik zat ineens muurvast, en dat voelde heel oneerlijk.”
Voor Milan voelde dat als een onzichtbare blessure. Niet aan zijn been, maar aan zijn vertrouwen. “Ik was niet verdrietig, ik was boos,” zegt hij eerlijk. En boosheid, zo blijkt, kan ook brandstof worden.
De vechter in hem
In plaats van op te geven, ging Milan nóg harder trainen. Bij Performance Training in Ammerzoden werkte hij aan zijn explosiviteit en looptechniek. “Topfit,” noemt hij zichzelf met een glimlach. Op het strand in de zomer bleef hij oefenen — de bal nooit ver weg. “Ik wilde laten zien dat ik het kon,” zegt hij.
Naast een nieuwe school, het Revius in Doorn, speelde hij bij Spakenburg in de nieuwe O15-2 én de O13-2 — twee wedstrijden op één dag. De O15-2 is geen makkelijke competitie: grotere jongens, niet altijd een hoger tempo, maar wel fysiek. Toch staat hij zijn mannetje.
“Ik vind het soms wel leuk, vooral als ik bij de O13-2 veel aan de bal kom en acties kan maken.” De jongens bij de O13-2 zijn ook leuk; daar ligt het niet aan. Het gaat vooral om het niveau.” En met zijn favoriete clubs Ajax en FC Barcelona in het achterhoofd droomt hij verder.
De comeback
Op dinsdag 4 november kwam het bericht dat er mogelijk iets zou veranderen aan zijn situatie. Milan mocht alsnog meetrainen met de O13-1 van SV Spakenburg, uitkomend in divisie 2-D. Een nieuwe kans, misschien wel een nieuw begin.
Zijn gezicht licht op als hij het vertelt, alsof de zon na een storm eindelijk weer schijnt. Voor Milan is dit niet zomaar een stap. Het is een bewijs dat doorzetten loont. Dat zelfs onzichtbare blessures kunnen helen, als je gelooft in jezelf. Ook op zaterdag werd Milan meegevraagd: “Ik mocht mee de O13-1. We speelden tegen De Graafschap O13-1, in Doetinchem.” Het werd niet de wedstrijd waarop hij hoopte qua resultaat, maar Milan kwam wel in de tweede helft binnen de lijnen. Het debuut, dat naar meer smaakt.
In de volgende aflevering van ‘Onzichtbare blessure’ volgen we Milan verder. Hoe verliepen de gewonnen oefenwedstrijden tegen VVV in Venlo, waarin Milan liefst drie keer succesvol was? En hoe belangrijk is doorzettingsvermogen in de wereld van jonge talenten? “Je moet blijven geloven dat het goed komt. En gewoon blijven voetballen.”
Foto: Milan de Jong






Eén reactie op “Onzichtbare blessure: De stille wedstrijd van Milan de Jong (12)”
[…] teleurstelling van de zomer hing nog ergens achter in zijn hoofd, zoals een wolk die je niet ziet maar wel voelt. Toch stond […]